Eric Burdon

Sommige mensen zijn je hele leven bij je, ook al heb je ze nooit ontmoet. Wanneer zou ik voor het eerst het rauwe stemgeluid van Eric Burdon hebben gehoord? Volgens Wikipedia scoorde hij met The Animals zijn eerste grote succes in juni 1964 met het fameuze House of the Rising Sun. Maar dat was al hun tweede single. Hun eerste, Baby Let Me Take You Home, kwam net niet of net wel in de Engelse top-twenty. Omdat ik destijds elke avond luisterde naar Radio Luxembourg, Your Station of the Stars, moet ik dat nummer ook een aantal malen gehoord hebben.

In Hitweek las ik destijds dat Bob Dylan verbijsterd zijn auto tot stilstand bracht toen hij het nummer voor het eerst hoorde. Dylan had het zelf opgenomen voor zijn eerste album. Maar na de versie van The Animals kon hij het eigenijk niet meer spelen, zegt hij in de film No Direction Home, omdat iedereen dan zou denken dat hij het van The Animals had gepikt.

Hoe dan ook, Eric Burdon ken ik al sinds 1964, en vooral de vijf jaar nadien bleef hij bij me. Zijn wilde band (vandaar de naam: ze waren zo ruig als dieren) scoorde hit na hit, de ene nog sterker dan de andere. Toen de band uit elkaar ging, maakte Eric Burdon een solocarrière, die aanvankelijk heel goed ging (When I Was Young, San Franciscan Nights) maar daarna in het slop raakte.
Ik luister sinds een paar weken weer naar al die oude nummers en kom opnieuw onder de indruk van het ruige en mooie repertoire. Niet alleen de hits, maar ook de schitterende nummers die alleen op lp verschenen. Zoals How You’ve Changed, I Believe To My Soul, Gin House Blues.
Ik luister weer naar die oude nummers omdat jeugdvriend Rob me mailt met een link naar Paradiso. “Concert van The Animals. Doen?” Als duidelijk wordt dat het echt de Animals, dus met Eric Burdon, zijn, hoef ik niet lang na te denken.

En zo zien we elkaar weer terug, Rob en ik, tien maanden na onze vorige ontmoeting in Nijmegen ter gelegenheid van het concert van John Mayall in de Vereeniging. En zo zie ik op deze 31e juli voor het eerst van mijn leven Eric Burdon, mijn andere jeugdvriend.


We staan op de galerij in Paradiso. Dus ongeveer op de plek waar de gemeentenaren ooit op het hoofd van de dominee in deze voormalige kerk neergekeken moeten hebben. We staan  schuin boven Eric Burdon. Die heupwiegend, maar toch rustig, het podium opwandelt als zijn band al een beetje aan het spelen is geslagen. Die groep bestaat uit een organist met een lange staart (de verre opvolger van Alan Price), een meisje dat een soort elektrische viool bespeelt die ze volgens ons ondersteboven vasthoudt, een drummer, een bassist en een sologitarist.
Burdon zelf bespeelt alleen zijn stem deze avond, en dat is genoeg voor ons. Meer dan genoeg! Nog altijd zeer indrukwekkend.


animals64Maar waardoor ik besef dat hij m’n hele leven bij me is geweest, is dat de wilde jongen van weleer, met zijn donkere krullen in een tijd dat ik met een Beatle-kapsel rondliep, ook nu ongeveer hetzelfde kapsel heeft als ik. Wit, dun haar, met de hoofdhuid erdoorheen schemerend. Het is of we samen een reis door tijd en ruimte hebben gemaakt en onze lijnen elkaar nu voor het eerst kruisen.
Hij heeft een zeker embonpoint, zodat hij terecht voor een ruim vallend zwart hem heeft gekozen. Zijn zwarte lokken hebben plaats gemaakt voor zwarte kleding. En hij draagt een donkere zonnebril. Door die zonnebril wordt het moeilijk hem te herkennen.
Als om de afstand tot zijn grote tijd te onderstrepen, zet hij het concert in met When I Was Young. Vanaf het begin heeft hij de zaal mee. Er mag worden meegebruld, en dat doen we enthousiast. Het is een soort wedstrijdje tussen Rob en mij wie het eerste elk nummer herkent, en die win ik met gemak. Maar ik heb zijn repertoire dan ook goed doorgenomen en dat durfde Rob niet aan. Bang dat anders het zou tegenvallen vanavond.


Dat doet het niet. Vrijwel alle nummers zijn hoogtepunten. Er zijn misschien twee of drie nummers die we niet kennen. En een paar die tegenvallen omdat de band te veel ruimte krijgt om te pielen. Burdon vernieuwt zich niet meer - althans, dat is hier niet te merken - maar hij doet iedereen een plezier door zijn ijzersterke nummers uit het verleden te zingen.
Hij sluit niet af met het verwachte House of the Rising Sun; natuurlijk slaat hij het niet over, maar er volgt nog een aantal nummers en hij laat zich twee keer terughalen. Het allerlaatste is I’m Crying, waarbij hij iedereen, en zichzelf, inderdaad voluit laat meeschreeuwen.
Over zijn act maakt hij zich niet erg druk. Hij wijst met zijn vingers, soms van beide handen, het publiek in en geeft je de indruk dat hij jou ziet. Af en toe danst hij een beetje mee. Soms staat hij met de rug naar het publiek. Hij rammelt wat met een tamboerijn, en als hij een heuse megafoon pakt, weet iedereen dat hij San Franciscan Nights gaat inzetten.
Het meisje met de omgekeerde viool mag ook een stukje zingen. Dat doet ze niet zo goed. Gelukkig gebruikt Burdon het als intro voor weer een nieuw ijzersterk nummer van zichzelf.
Rob en ik zijn tevreden. We spreken af elkaar ergens volgend jaar weer te ontmoeten, en bij die gelegenheid opnieuw een befaamde artiest uit de sixties uit te nodigen.

Pisbak 

Rob vertelde me deze avond dat hij ooit tijdens een bezoek aan het urinoir van een of andere rocktempel in Londen op een gegeven moment naast Eric Burdon stond te pissen. Ik heb dit gememoreerd in mijn toespraak op de uitvaart van Rob

 

 

  • Geen reacties gevonden

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0 / 1000 Beperking van tekens
Je tekst moet minder dan 1000 tekens bevatten
Your comments are subject to administrator's moderation.

Copyright © 2015-2017 Martin Rep | Bussum | Contact