martinus-diamant-3Mijn overgrootvader Tinus Rep (geboren 24 april 1844) was de eerste in de familie Rep die de voornaam Martinus kreeg. Hij werd vernoemd naar zijn grootvader aan moeders kant, een tuinder uit Kralingen. Wie was mijn over-opa Tinus? Als ik op zoek ga naar sporen van de man wiens naam ik draag, doe ik een verrassende ontdekking. Een triest familiegeheim, meer dan anderhalve eeuw verzwegen, wordt onthuld. Een verhaal over goed en kwaad, recht en onrecht, armoede en rijkdom, maar ook een eerbetoon aan mijn opa, die er onder zeer zware omstandigheden in slaagde te overleven.

provarchief4Maandag 22 februari 1858. Een dag als vele andere bij de rechtbank aan de Zijlstraat in Haarlem. Drie rechters keken van achter hun hoge zitplaats de zaal in. Daar zaten wat mensen te wachten en, helemaal achterin, stond een groepje nieuwsgierigen. Aan sensatiebeluste Haarlemmers nooit gebrek op een dag als deze.

De heren rechters zagen er streng uit in hun zwarte toga’s met witte bef. President vandaag was mr. Floris Willem Baron van Styrum (56), die bekendstond als een verdienstelijk edelman uit een regentenfamilie. Zijn mede-rechters waren mr. Teding van Berkhout en mr. Enschedé. Achter het katheder naast de rechters stond mr. L.G. Vernée, de substituut-officier van justitie.  

Mr. Van Bommel, de substituut-griffier, riep de volgende zaak af. De parketwachter liep naar de gang, maar kwam al na enkele seconden terug in de zaal. “De beklaagden zijn niet aanwezig”, zei hij.

martinus-diamant-1Bijna op de kop af zeventig jaar later: 2 februari 1928. Het is een frisse, zonnige winterdag. In de Oostzijde bij het Kalf in Zaandam is het een drukte van belang. Dat er een muziekkorps een serenade komt brengen, is geen alledaagse gebeurtenis. De hele buurt loopt uit en vergaapt zich aan het huisje van Tinus Rep en zijn vrouw Keetje Kwak, dat een feestelijke illuminatie heeft gekregen, zomaar gratis door een elektrabedrijf aangelegd. Terwijl Ons Aller belang stilhoudt en nog eens  uithaalt met een paar feestelijke nummers, probeert iedereen een glimp op te vangen van Tinus en Keetje, die in de geopende deur hun hoofd schudden – zoveel gekkigheid voor hen, dat is toch wat. De leeftijd der zeer sterken zijn ze al ruimschoots gepasseerd. Vandaag vieren ze hun diamanten bruiloft. Zestig jaar getrouwd, een ongelooflijk jubileum, dat tot dankbaarheid en vreugde stemt.

De veelgelezen courant De Zaanlander heeft flink uitgehaald bij de gelegenheid van het huwelijksjubileum. De twee zijn nog kras, zo schreef de verslaggever op, een paar dagen voor de heuglijke viering. “Vooral de bruid, die thans 85 jaar is. Zij doet nog altijd de huishouding en haar genot is, om altijd nog te zorgen voor het dagelijksch potje. […] Zij is nog in staat om alles wat er geschreven moet worden nog zonder bril te doen en natuurlijk ook ‘De Zaanlander’ leest zij nog van a tot z zonder bril.”

Tinus en Keetje vertelden hem uitgebreid over hun levensloop – al vertelde Tinus hem niet alles. Dankzij het krantenverhaal dat dit interview opleverde, weten we nu nog het een en ander over het ‘harde en lange leven’ van opa Tinus, zoals mijn broer Jelte het omschrijft op zijn website over de stamboom van de familie Rep. Op zijn veertiende moest Tinus al helpen de kost te verdienen voor het armelijke gezin van zijn vader, stijfselmaker Pieter Rep. Daarna was hij molenaar, machinist, korenmolenaar en stoker. Meer dan twintig jaar werkte hij als machinist bij de firma Zwaardemaker aan de Oostzijde in Zaandam, maar toen een van de firmanten overleed, vloog hij de laan uit. Nieuwe bezems vegen schoon.

Tinus, vijftig jaar op dat moment, stond op straat. Hij begon een groentewinkeltje in de Oostzijde. Terwijl Kee achter de toonbank stond, ventte Tinus zijn groenten uit in de omliggende straten. Hij werd een bekende verschijning met zijn hondenkar. Geen wonder dat de hele buurt uitliep toen hij en Keetje, ruim drie decennia na zijn ontslag bij Zwaardemaker, hun diamanten bruiloft vierden. Al waren de krachten van de oudjes inmiddels zo afgenomen dat zij in het winkeltje alleen nog maar wat tabak verkochten. Kee vertelde de verslaggever dat het eigenlijk gekkenwerk was, want het werk woog nauwelijks op tegen de tabaksbelasting. Maar ja, opgeven wilde ze het niet, een mens heeft toch afleiding nodig.

diamentWat zou ik mijn overgrootvader graag ontmoet hebben. Dat voorrecht is wel weggelegd voor mijn neef Kees Stoorvogel, bijna 92 inmiddels, die op de familiefoto staat die werd genomen op het grote bruiloftsfeest aan de Oostzijde. Bijna vijf jaar oud was Kees destijds. Van het feest weet hij niet zo veel meer, maar nog wel van de woning van opa Tinus en oma Keetje: “Ik heb het huisje nog gezien, tot in de oorlog heeft het er gestaan. Even onder het viaduct door en meteen links. Ik heb er nog wel heugenis aan dat ik er was. Een grote familie.”

Mijn over-opa Martinus en ik dragen dezelfde naam. Aan hem komt de eer toe van de eerste Rep met die voornaam. Daar zit een verhaal achter. Tinus’ vader, Pieter Rep, werd in 1842 meegenomen naar Kralingen als hulpje van zijn vader, Simon Rep, die daar een baan had gekregen als meester-stijfselmaker. Een jaar later – reden onbekend – keerden vader en zoon Rep terug naar Oostzaan, maar niet dan nadat Pieter, 21 inmiddels, de tuindersdochter Mietje de Lange met kind had geschopt. Hij nam zijn verantwoordelijkheid overigens en keerde terug naar Kralingen om met Mietje te trouwen en haar vervolgens mee te nemen naar Oostzaan. Toen het huwelijk werd voltrokken, was het kind, dat de naam van Pieters vader had gekregen, al een maand oud. Een jaar later kreeg kleine Siem een broertje, dat werd vernoemd naar de moeder van Mietje: Martinus, kortweg Tinus. Hij en Siem behoorden tot vier verdachten op wie de rechters in Haarlem vergeefs zaten te wachten, die dag in 1858.

provarchief1Het was niet ongebruikelijk dat beklaagden niet verschenen bij een terechtzitting in Haarlem. Reizen was in die tijd een omslachtige onderneming. Weliswaar was de Noord-Hollandse provinciehoofdstad sinds 1839 via de spoorlijn verbonden met Amsterdam, maar erg uitgebreid was het spoornet nog niet. Veel reizen werden nog per trekschuit afgelegd. Een paar maanden eerder,  12 november 1857, waren de vier trouwens wel verschenen voor de rechtbank. Hoe ze de reis van zo’n 25 kilometer van Oostzaan naar Haarlem hadden afgelegd, is onbekend. Maar in ieder geval maakten zij de tocht helemaal voor niets. Een van de getuigen was ziek geweest, waarop de rechtbank de behandeling voor onbepaalde tijd had uitgesteld.

Ik vind het een rotstreek van de getuige, die immers ook in Oostzaan woonde en de vier best vooraf had kunnen laten weten dat hun reis vergeefs zou zijn. Maar misschien wisten ze het wel en durfden ze niet het risico te nemen weg te blijven. De schrik voor ‘Haarlem’ zat er goed in bij hen. Toen ze echter opnieuw werden opgeroepen, besloten ze toch maar weg te blijven.  Misschien hebben ze daar wel spijt van gekregen, want de zaak werd nu zonder hen behandeld. Hoewel het maar te bezien valt of dat veel in de strafmaat zou hebben gescheeld.

giesendannerJongens waren het, echte kwajongens. De oudste van het viertal was Simon Rep. Hij was het in Kralingen geboren voorkind van Pieter en Mietje en verdiende zelfs al een beetje geld. Elke week droeg hij als kuipersjongen een paar stuivers bij aan het schrale gezinsinkomen.

De andere drie jongens waren allen in Oostzaan geboren: Simons jongere broer Tinus, dertien jaar; Jakob de Boer, twaalf jaar en Pieter Schouten, elf jaar. Pieter was net als Simon al aan het werk als kuipersjongen.

Op maandag 10 augustus 1857 hadden ze met z’n vieren een beetje bij elkaar rondgehangen in hun dorp; waarom Siem en Pieter niet bij hun baas waren, weet ik niet. Ze praatten wat en dolden wat, tot op een gegeven moment een van de jongens een opmerking maakte over de peren in de boomgaard van Brat, die er wel erg goed uitzagen.

Dat vonden ze allemaal wel. Peren stonden bepaald niet op hun dagelijks menu. Hoe langer ze erover praatten, hoe lekkerder de vruchten hun toeschenen. Een paar peren zou Brat toch niet missen?

Om in de tuin van Brat te komen, moesten ze over een brede sloot. Voor de jongens geen probleem: ze wisten wel een schuitje te liggen. Waarschijnlijk toch niet gepikt van iemand. Dan hadden de rechters in Haarlem daar ook nog wel raad mee geweten.

De zaak tegen de vier knapen zonder getuige behandelen ging niet, maar zonder de verdachten kon hij best doorgaan, zo besloot Baron van Styrum. Dus kregen nu de twee getuigen het woord: Klaas Brat Klz. en zijn dienstmeid Aafje Out. Toen Aafje aan het woord kwam, ontrolde zich in de zaal van de Haarlemse rechtbank het drama in volle omvang. Het was Aafje die de vier jongens in de tuin van ‘haar meister’ Klaas Brat betrapte. Ze zag hoe ze met stokken in de bomen sloegen, de peren opraapten die op de grond vielen en in hun schuit gooiden. Aafje bedacht zich geen moment en waarschuwde meneer Brat.

klaasbratsrWelke Brat het geweest is bij wie de jongens op perenjacht gingen, is niet met honderd procent zekerheid vast te stellen. De rechtbank noteert hem alleen als ‘Klaas Brat Klz.’, zonder geboortedatum. Aangezien hij blijkbaar een tuin had met op zijn minst een flink aantal perenbomen, moet het een welgesteld persoon zijn geweest, en de naam Brat kwam, en komt nog steeds, weinig voor.  De veronderstelling dat ‘Klaas Brat Klz.’ de zoon was van de steenrijke Oostzaanse stijfselmaker en mosterdfabrikant Claas (of Klaas) Brat Hendrikz (1787-1851), lijkt dan ook geen al te grote gok. Joop Giesendanner van de Oudheidkamer Oostzaan, die op mijn verzoek in de archieven is gedoken, onderschrijft mijn conclusie. Het portret van Brat senior, geschilderd door Barend Wierts Kunst, hangt nog altijd in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem, als voorbeeld van een welgesteld iemand in Zaanse klederdracht.

Zoon Klaas, geboren in 1820 en tijdens de rechtszitting in Haarlem 37 jaar oud,  zette na de dood van zijn vader de zaken voort, samen met zijn broer Hendrik. Hij was een rijk man en met hem hadden de jongens de verkeerde uitgekozen: Brat hield niet van geintjes.

Op het roepen van zijn dienstmeid Aafje rende hij naar zijn boomgaard, net op tijd om te zien hoe de jongens in het schuitje sprongen en afduwden.

Hun veiligheid op het water was echter maar schijn. Ongetwijfeld kende Brat een of meer van de jongens, of anders wist Aafje wel wie het waren.

“Kom hier met dat bootje, vuile dieven!”, brulde Brat.

“Dat willen we wel doen, als we niet naar Haarlem hoeven”, was het antwoord. ‘Haarlem’,  dat stond voor de rechterlijke macht, voor het gevang. Wie van de jongens dat zei en of Klaas Brat daarop heeft gereageerd, heeft de rechtbank niet onderzocht. Hoe dan ook, de jongens hadden weinig keus. Ze gooiden een paar peren in het water, toen brachten ze de schuit weer aan wal.

Heeft Brat ze een pak rammel gegeven en de kinderen gewaarschuwd voortaan met hun fikken van zijn peren af te blijven? Hun ouders laten ontbieden met de boodschap dat ze beter moesten letten op dat tuig, dat opgroeide voor galg en rad? Het verslag van substituut-griffier Van Bommel zwijgt daarover. Misschien heeft Brat dat wel gedaan. Maar hij liet het er ook niet bij zitten. Hij ontbood de veldwachter, die alles nauwkeurig noteerde en er proces-verbaal van opmaakte. De jongens zouden wel degelijk te maken krijgen met de harde hand van ‘Haarlem’.

provarchief6Het is niet niks, wat de rechtbank over het ‘wanbedrijf’ heeft opgesteld. Ik heb in het Provinciaal Archief in Haarlem de dikke ordner ter inzage gekregen waarin de vonnissen van 1858 staan opgeschreven. De behandeling van de zaak tegen mijn over-opa, zijn broer en hun twee vrienden in het kwaad, beslaat liefst vier pagina’s in het sierlijke handschrift van de dienstdoende klerk, en is ondertekend door de drie rechters en de griffier. Er staat een samenvatting in van de getuigenissen van Brat en zijn dienstmeid, en de wetsartikelen die van toepassing zijn, worden kort genoemd.

Maar wat vooral opvalt is dat hier vier kinderen – de oudste, Tinus’ broer Simon, is een maand eerder net vijftien geworden – terechtstaan in een openbare zitting voor de meervoudige kamer van de rechtbank.

Er wordt in het vonnis dan ook uitgebreid stilgestaan bij de jeugdige leeftijd van de verdachten. Of daar veel discussie over geweest is, valt overigens niet op te maken uit het verslag. Maar de heren rechters zijn het eens met  de officier van justitie: de jongens hadden met oordeel des onderscheids gehandeld. Immers: toen Brat eraan kwam rennen, hadden de knapen zich uit de voeten gemaakt, ze hadden peren in het water gegooid en ze hadden Brat verzocht hen niet voor de rechter te brengen. ‘[hetgeen] genoegzaam aantoont dat zij zeer wel wisten, dat zij eene bij de wet strafbare daad pleegden, en dat zij dus met oordeel des onderscheids hebben gehandeld’. Punt, uit. Het maakte de rechters blijkbaar niet uit wie de leiding had gehad bij de jongens of wie van hen het over ‘Haarlem’ had gehad. Pieter van elf kreeg het net zozeer voor zijn kiezen als Siem van veertien. En wat hadden de te water gegooide peren ermee te maken? Werd dat beschouwd als een arglistige poging tot het verdonkeremanen van bewijsmateriaal?

Het vonnis loog er niet om en moet keihard zijn aangekomen in Oostzaan. Alle vier de jongens werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht dagen. Wat minstens zo erg was: ze moesten ook de kosten van de rechtszaak betalen, per persoon 12,63 gulden plus een halve cent. Dat moet een zware last zijn geweest voor Tinus’ gezin, die 25,27 gulden voor de kwajongensstreek van zijn oudste twee knullen. Giesendanner van de Oostzaanse Oudheidkamer mailt me dat het gezin Rep het zwaar had en vanaf hun trouwen bekend stond als onvermogend. “Met de vijf kinderen die er toen waren, kon dat peertjes jatten nog wel eens een levensbehoefte zijn geweest”, schrijft hij. Giesendanner veronderstelt dat het gezin op de armoedegrens balanceerde, wellicht ietsjes verlicht door de zorg van de diaconie of de Maatschappij van ‘t Nut, “maar het was hoe ook dan geen vetsoppen”.

Klaas Brat had daar geen boodschap aan. Evenmin als de drie rechters en de griffier. Die stelden het vonnis vast en gingen over tot de volgende zaak.

provarchief5Over het verhaal van de gevangenisstraf van opa Tinus was niets bekend in de familie. Het was ook bepaald geen gebeurtenis om trots op te zijn. Natuurlijk heeft Tinus er niet over gesnoefd tegenover de ijverige verslaggever van De Zaanlander. Misschien heeft hij zijn geheim zelfs nooit aan Kee verteld. Er waren trouwens wel andere dingen om zich zorgen over te maken. Tinus Rep en Keetje is niet veel bespaard gebleven. Keetje was weeskind. In het weeshuis moest zij in de keuken helpen bij het eten maken voor wel honderd wezen. Zij schonk Tinus negen kinderen. Een van hen, hun eerste kindje, overleed al na twee weken; hun tweede kind werd maar twaalf jaar oud. Op 43-jarige leeftijd beviel Keetje voor de laatste keer. Dat kindje werd dood geboren en kreeg zelfs geen naam.

Zouden de vier jongens echt de gevangenis zijn ingegaan, vraag ik aan archiefmedewerkster Gerda Houweling, als ik het boek heb teruggedaan in de ordner. Ik kan me niets voorstellen bij vier kinderen die acht dagen lang worden opgesloten in de afschuwelijke en deprimerende omgeving van een huis van bewaring. Maar Gerda geeft me weinig hoop. “Veroordelingen toen, daar was geen ontkomen aan”, zegt ze. De informatie over hun hechtenis echter is waarschijnlijk niet bewaard gebleven.  In het vonnis staat geen huis van bewaring vermeld waar de straf moest worden ondergaan. Ze kunnen hebben gezeten in Haarlem, maar ook in Purmerend of in Alkmaar. “Of – het waren immers jongeren – ze zijn gestuurd naar het opvoedingsgesticht in Veenhuizen. Helemaal in Drenthe, maar daar zaten ze niet mee in die tijd.”

Omdat Purmerend redelijk dicht bij Oostzaan ligt, bestudeer ik de microfiches met de inschrijvingen van gevangenen uit die jaren, zonder resultaat. Verder zou het zoeken worden naar een waarschijnlijk niet bestaande speld in een hooiberg.

Tinus zelf heeft erover gezwegen, niemand kan het hem meer vragen. Een halfjaar na zijn diamanten bruiloft overleed hij, 84 jaar oud. Keetje volgde hem een paar maanden later in het graf, 86 jaar oud. Tinus’ broer Siem werd lang niet zo oud als mijn overgrootvader: hij stierf al in 1908,  op 65-jarige leeftijd.

Een heel andere levensloop was weggelegd voor Klaas Brat, de vermoedelijke rechtmatige eigenaar van de gestolen peren. Met zijn broer Hendrik kocht hij steeds meer fabrieken en molens, tot zij in 1876 hun gezamenlijk bedrijf splitsten en alleen verder gingen. Klaas overleed als een rijk man in 1909, 88 jaar oud.

Veertien keer Martinus, Martin of Tinus

overopa-tinusHad mijn overgrootvader Tinus, de hoofdpersoon in het verhaal over de perendiefstal, een hekel aan zijn grootvader, de Kralingse tuinder Martinus de Lange? In ieder geval heeft hij geen van zijn vier zoons naar hem (of naar zichzelf) vernoemd. Wel kreeg zijn oudste broer Simon in 1879 een zoon die de naam Martinus kreeg. Dat kind stierf na een half jaar.

De stamboom van de familie Rep, zoals gepubliceerd op de website van mijn broer Jelte, bevat veertien keer de voornaam Martinus of Martin, afgezien van die van tuinder De Lange. De naam zal vooral tot de Tweede Wereldoorlog vaak zijn afgekort tot Tinus.

Naar mijn overgrootvader werden vijf kleinkinderen vernoemd:

- Van zijn zoon Jacob: Martinus Rep (1898-1972);

- Van zijn zoon Cornelis: Martinus Rep (1900-1987), die een in Zaandam bekende groentehandel had (een van zijn kleinkinderen is voetballer Johnny Rep);

- Van zijn dochter Neeltje: Martinus Dirk Boot (1905-1970);

- Van zijn dochter Mietje: Martinus Fonteijn (geb. 1908);

- Van zijn zoon Simon: Martinus Rep, mijn vader (1904-1991).

laurensvdbergDan zijn er nog zes achter- en achter-achterkleinkinderen, van wie ik er een ben.

De oudste zoon van mijn oudste broer Simon draagt de naam Martinus Gerrit Rep; hij is Martinus’ achter-achterkleinkind. Mijn oudste kleinzoon (foto links) is ook vernoemd, maar dan in zijn tweede voornaam: Laurens Martinus Robert van den Berg, de zoon van mijn jongste dochter Natasja. Achter-achter-achterkleinkind Laurens is voorlopig de laatste die de naam heeft meegekregen. 

 

De volledige Rep stamboom

 

Dit artikel kwam mede tot stand met medewerking van

Historische Vereniging Haerlem

Mr. Victor Lebesque

  • chris janssen

    Het wordt zo langzamerhand een gewoonte op vrijdag: Wakker worden, koffie gezet, krant op bed, ipad erbij en "martin op vrijdag" gelezen. Zo ook vandaag weer een mooi verhaal over de perenjacht.

    Short URL:
  • Theo Jongedijk

    Martin, de uitdrukking 'met de gebakken peren zitten' had evenzogoed kunnen luiden 'met de gestolen peren'. Geschiedschrijving alsof je er zelf bij was, indrukwekkend.

    Short URL:
  • Diny Sluiter

    Jee Martin, wat een verhaal! Ik vind het wel heel erg dat je 8 dagen moet "zitten" voor het stelen van peren.

    Short URL:
  • Judith Krone

    Hoi Martin, die 19e eeuw levert heel wat verhalen op en tot ver in de twintigste eeuw was de behoefte van het kind niet leidend. Kindervakantiekolonies, sanatoria, kindertehuizen etc., volwassenen wisten wel? wat goed was voor de kinderziel. Mooie aanknopingspunten heb ik ook. 11-8-1961, de diamanten bruiloft van opa en oma Couperus. Een echt feest, dat overigens gewoon thuis gehouden werd, maar met bezoek van de burgemeester. Onze eerste huisarts aan de Westzijde in Zaandam; dokter Brat! Trouwens als je foto van je overgrootvader bekijkt: je lijkt echt op hem.

    Short URL:
  • Dag Judith,
    Ook mijn eigen opa en oma hebben hun diamanten bruiloft mogen vieren - ik kom daar later op terug.
    Mooi te horen dat ik lijk op over-opa Tinus. Wat kleine criminaliteit betreft, heb ik hem wel voorbijgestreefd trouwens ;)(http://www.martinrep.nl/verhalen/cpn.html). Alleen kwam ik met de schrik vrij.

    Short URL:

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0 / 1000 Beperking van tekens
Je tekst moet minder dan 1000 tekens bevatten
Your comments are subject to administrator's moderation.

Copyright © 2015-2017 Martin Rep | Bussum | Contact