Rep aan steenEerder schreef ik naar aanleiding van de teloorgang van de regionale pers over mijn herinneringen aan mijn eerste krant, dagblad De Zaanlander. Mijn eerste èchte krant kwam daarna: de Amersfoortse Courant. De AC, thans een kopblad van het Algemeen Dagblad, was ooit een deftige, conservatieve krant, met een heel herkenbaar gezicht. Het gezicht van Keimpe Koopmans. Of toch misschien van Brand Overeem?

De maandelijkse vergadering van de Leusdense gemeenteraad was rustig en geordend verlopen. Pastoor Kitselaar, de leider van de KVP-fractie in de raad, was een paar maanden eerder overleden en daarmee waren burgemeester en wethouders een van hun belangrijkste opposanten kwijtgeraakt. De agendapunten waren vlot afgewikkeld, de burgemeester kon afronden.

“Maar voor ik de vergadering sluit”, zei burgemeester mr. A.H. van der Post, “wil ik nog even het woord richten tot meneer Rep van de Amersfoortse Courant.” Ik schrok en wist me geen houding te geven. Gelukkig had ik mijn balpen nog in de hand, zodat ik gewoon af en toe notities kon maken terwijl ik Van der Post aankeek.

Het was mijn laatste raadsvergadering in Leusden. Vijf jaar lang had ik gewerkt bij de Amersfoortse Courant, van eind 1970 tot eind 1975. Tegenwoordig is het een kopblad van het Algemeen Dagblad en heet de krant AD/AC, net zoals je AD/HC hebt voor de voormalige Haagse Courant en AD/UN voor het voormalige Utrechts Nieuwsblad. Net zoals met alle andere dagbladen gaat het slecht met de krant, maar in mijn tijd was het een welvarend en bovendien wat deftig en conservatief dagblad, waarvan de naam nog met sch werd geschreven.

Het was dan ook een èchte krant, zeker vergeleken met de marginale Zaanlander waar ik het vak had geleerd. Ze was ook een stuk groter dan De Zaanlander en zelfs dan de Zaanse concurrent De Typhoon: inclusief kopblad Veluws Dagblad liefst 33.000 abonnees.

Ook in ander opzicht was de AC een echte krant: ze had een eigen zetterij en drukkerij, hiervandaan werd de krant naar honderden distributiepunten in de regio verspreid. Bij De Zaanlander bracht ik de kopij per treinbrief naar het station, nu stond ik zelf aan de steen om de stads- of streekpagina’s te maken waarvoor ik verantwoordelijk was.

De Amersfoortse Courant was beslist een krant die meetelde in de lokale democratie. Er was ook journalistieke concurrentie, al  was die in de jaren zeventig al aan het afkalven. Op de persconferentie op het politiebureau in Amersfoort kwam ik dagelijks Michel Thomassen tegen van dagblad Het Centrum, maar die krant verdween een paar jaar later. Vóór die tijd waren de lokale edities van het Vrije Volk en Het Parool al opgeheven.

De functie in de regio vervulde de Amersfoortse Courant in de eerste en de laatste plaats dankzij hoofdredacteur Keimpe Koopmans. Een autoriteit. Een snor. Een bril. Een doordringende stem, die tijdens mijn sollicitatiegesprek een lange monoloog hield over objectieve journalistiek versus actievoeren. Koopmans was ooit begonnen bij Het Vrije Volk in Groningen dus hij wist alles van ‘vooringenomen linkse standpunten’ in plaats van naar de feiten kijken en dan pas tot een objectief oordeel komen zoals hij, Koopmans, deed.

Waar stemt u op, was een van de weinige vragen die hij mij stelde en het was ook een van de laatste malen dat hij me met ‘u’ aansprak.

“De PPR”, antwoordde ik.

Pff. Hemelbestormers. Idealisten. Wereldverbeteraars. Geen realistische politiek.

“Je kunt er op z’n minst naar stréven de wereld te verbeteren”, zei ik. Ondanks dat antwoord werd ik aangenomen.

koopmans-kingmansKoopmans wist niet alleen alles, hij wist ook alles beter. ’s Morgens was hij als een van de eersten ter redactie. Hij las alle kranten en telex-rollen, dus als er met binnen-/ buitenland besproken moest worden welk nieuws gebracht moest worden en waar, had Koopmans dat al lang besloten. Bijna elke dag schreef hij een driesterrencommentaar (als de sterren ontbraken, wisten de lezers dat het afkomstig was van een onderknuppel). Na mijn Amersfoortse jaren schoof hij aan bij het populaire radioprogramma het Journalistenforum. De eerste keer dat hij aanwezig was, was hij wat verlaat. Hij vroeg wat het onderwerp was en gaf daar vervolgens uitgebreid zijn visie op. Voor de vuist weg en gedegen.

Koopmans vond zelf dat hij voldoende ruimte gaf aan anderen, als je maar argumenten had. Maar je moest wel heel sterk in je schoenen staan wilde je op kunnen tegen zijn persoonlijkheid en de berg feiten en achtergronden waarmee Koopmans je om de oren kon slaan. Als je dat eenmaal gelukt was, mocht je je linkse keutel draaien, al haalde hij er zijn schouders over op. Hij was een van de laatste hoofdredacteuren van de oude stempel die in zijn eentje de koers van de krant bepaalde.

Hij behoorde tot de notabelen van de stad. Hij was een vooraanstaand lid van de Rotary Club bijvoorbeeld, tot groot ongenoegen van zijn redactie, hoezeer Koopmans ook beweerde dat hij er veel nieuws vandaan haalde en zich van niks en niemand wat aantrok. Hij was huisvriend van de voormalige burgemeester Molendijk, en toen zijn vriend Van der Hooft werd ontslagen als directeur van de Amersfoortse GGD, voerde Koopmans in zijn krant een maandenlange vendetta tegen dat besluit, via de commentaren en de nieuwskolommen. (Uiteindelijk zou de vertrouwenskloof tussen Koopmans en zijn redactie zo groot worden dat hij het voor gezien hield en overstapte naar de Nieuwe Apeldoornse Courant, die hij, het moet toegegeven, van een plaatselijk sufferdje ombouwde tot een serieus dagblad.)

evertMaar de AC was meer dan Koopmans. Er waren gekwalificeerde chefs en redacteuren die doorwrochte beschouwingen schreven en daardoor een rol speelden in het democratisch discours in de regio. Hans Kingmans en zijn rechterhand Danny Stemvers op de streekredactie bijvoorbeeld, en Jos Bouten als chef van de stadsredactie. De echte ster van de krant echter was een fotograferende collega: Brand Overeem. Gedurende tientallen jaren legde hij het leven van de boerenbevolking op de Veluwe vast. Hij wist bij iedereen binnen te komen, zelfs van de meest zonderlinge of in afzondering levende mensen won hij het vertrouwen, zodat ze zich door hem lieten fotograferen. Hij werd in 1977 de terechte winnaar van de Zilveren Camera, de prijs voor de beste fotojournalist. Bij de bekendmaking van de fusie met het Algemeen Dagblad in 2005 werd aangekondigd dat alle vaste fotografen op straat zouden worden gezet. Brand had toen 35 jaar mede het gezicht van de krant bepaald. Gelukkig werd het plan snel van tafel geveegd.

‘Hou jij het stuur even vast’, zei hij, terwijl hij zijn Leica tevoorschijn haalde


Met Brand ben ik heel wat keren op stap geweest. Dwars door Leusden, door Amersfoort, soms de Veluwe op. Zoals elke persfotograaf had hij een pittige rijstijl, een logisch gevolg van de vele klussen die hij moest doen. “Hou jij het stuur even vast”, zei hij, terwijl hij zijn Leica tevoorschijn haalde. Ik probeerde zo goed en zo kwaad mogelijk zijn Fiat 124 door de bochten te trekken terwijl Brand een nieuw zwart-wit-filmpje in zijn camera draaide. Als dat gebeurd was, gaf hij weer extra gas om de verloren tijd in te halen.

Mijn werk in Amersfoort verschilde niet wezenlijk van dat bij De Zaanlander. Het bijwonen van de gemeenteraad was voorbehouden aan de chef-stad, Jos Bouten. Ik ging meestal ’s morgens naar het politiebureau voor de politie-persconferentie, een groot woord voor een bijeenkomst van twee ‘heren van de pers’ met de inspecteur, die ongeïnspireerd door het nachtrapport bladerde en met de grootst mogelijke tegenzin bijzonderheden oplepelde over een aanrijding met letsel op de Ringweg-Randenbroek of een serietje inbraken in de omgeving van de Woestijgerweg.

Ik schreef interviews en reportages voor de weekendbijlage en leverde bijdragen voor de rubriek ‘Amersfoort Cursief’, onder het pseudoniem ‘Joris’, naar de stedelijke heilige. Reed naar uitslaande branden. Volgde de bezetting van het orthopedagogisch instituut Zandbergen door de eigen pupillen. Was redacteur Provinciale Staten wat betreft zaken uit de regio en mocht het werkbezoek van prinses Beatrix en prins Claus aan de provincie coveren. We schreven over Tabak (’t Amersfoorts Binnenstad Aksie Komitee’), dat zich verzette tegen een doorbraak in de binnenstad ten behoeve van het autoverkeer, wat de tegenstanders beschouwden als een aanslag op de eeuwenoude stadsplattegrond van Amersfoort. (Koopmans vond elke letter die daarover in de krant verscheen, te veel: dat ‘aksiekomitee’ was geen democratisch tot stand gekomen organisatie en bestond bovendien uit een stelletje schreeuwers.)

pastoor-kitselaarOp de eenmans-redactie Leusden die ik naderhand vormde, had ik wat minder last van de alom aanwezige schaduw van Koopmans. Leusden was een interessante gemeente die binnen de kortste keren uitgroeide van een kerkdorp tot een middelgrote plaats, met alle groeistuipen die daarbij horen. Het dorpje Hamersveld heette opeens Leusden-centrum, gestudeerde liberalen en salonsocialisten namen het politiek debat over van de oorspronkelijke Hamersvelders. Om hun een stem te geven, ging pastoor Kitselaar (foto) van de Sint Jozefparochie zelf de politiek in. Het gemeentebestuur wist daar niet goed raad mee. Het leverde veel nieuws op om mijn dagelijkse pagina te vullen.

Tot ik er genoeg van kreeg. Een brand is een brand, of die nu in Leusden of Zaandam plaatsvond. De politierapporten gingen me vervelen. Ik wilde meer, de wijde wereld in. Ik diende mijn ontslag in en stapte over naar de grootste uitgeverij van tijdschriften van het land.

Toch had ik het kennelijk niet zo gek gedaan in Leusden. Vanaf zijn hoge zetel als voorzitter van de gemeenteraad sprak de  burgemeester me lovend toe, na de raadsvergadering van oktober 1975. Ik werd er verlegen van.

Het stukje dat ik er dezelfde avond over schreef, plaatste ik uiteraard niet; zo werkt dat niet bij de krant. Ik heb het wel in lood laten zetten. Nog jaren lang heb ik dat stukje kopij bewaard.

Van mijn overstap naar de glamourwereld van de tijdschriften zou ik nog spijt krijgen. Ik kwam er al snel achter dat ik voor de drukinkt, de krantenpers en het dagblad was geboren. Gelukkig kwam uiteindelijk alles goed, maar dat is een ander verhaal.

 

In Memoriam van Arjeh Kalmann over Keimpe Koopmans op de website van VillaMedia

 

Andere verhalen in de serie over regionale kranten waar ik heb gewerkt:

De Zaanlander, misschien wel de slechtste krant van Nederland

Hoe De Gelderlander verdween van de Waal

 

 

 

  • Theo Jongedijk

    Meer dan eens schalde over de redactie van de Amersfoortse Courant/Veluws Dagblad de kreet 'Brand'. Het was altijd maar de vraag of er dan werkelijk vuur in het spel was, of dat fotograaf Brand Overeem werd geroepen voor een spoedklus.
    Zoals Martin Rep verantwoordelijk was voor Leusden, moest ik bijna een halve pagina Barneveld uit de schrijfmachine zien te produceren, zoals Jan van Steendelaar in Soest zijn hand niet omdraaide voor een dagelijkse pagina Soest in broadsheet (groot-)formaat.
    Toen er voor de zoveelste keer echt brand in het spel was en Overeem, altijd keurig gekleed en gekapt met zelfs iedere snorhaar op de juiste plaats, stond het onderhavige object in het pluimveedorp al centimeters onder water door het blussen.
    http://www.martinrep.nl/images/headers/various/theo-brand.JPG
    Brand beklom de rug van een brandweerman om droge voeten te houden, hetgeen mij in de verleiding bracht om snel op de sluiter te drukken van zijn tweede camera, een actie die later werd vermeld in het vakblad De Journalist.
    Met Brand beleefde ik mooie avonturen om de Barneveldse Krant, nu nog een zelfstandig dagblad, zo veel als mogelijk de loef af te steken. Wethouder Rebel was daar de hoofdredacteur, hetgeen een extra handicap voor mij betekende om een gemeentelijke primeur in de wacht te slepen. Af en toe een fles jenever voor burgemeester Van Heijningen, die hem ongemerkt tijdens de raad leegdronk, deed wonderen.
    Aan mijn inspanningen herinnert een actiefoto tussen de kippen, genomen uiteraard door Barnevelder Brand.
    In het belang van de geschiedschrijving: AC/VD had zelfs een tweede vaste fotograaf in dienst, Ru Marks.
    http://www.martinrep.nl/images/headers/various/theo-kippen.JPG
    Theo Jongedijk

    Short URL:
  • Hoi Martin,
    Dat is een mooi verhaal over het krantenwerk toen we nog echte spullen hadden, zoals schrijfmachinelinten en lood in de zetterij. Ik werkte dertien jaar als journalist bij De Waarheid, het dagblad van de CPN. Hier is een gedicht dat ik maakte over die tijd.

    WAARHEID

    Ooit woonde ik met mijn partij
    In het centrum van de stad
    Wij hadden ijzeren schrijfmachines
    En lood in de kast voor de krant

    In het zicht van de Westertoren
    Smeedden wij onze woorden
    Stuurden wij auto’s vol gezegden
    Naar getrouwen in stad en land

    Uit de telexkamer klinken geruchten
    Van zaken die staan te gebeuren
    Ik scheur het papier en wacht
    Op het stopbericht dat niet komt

    Short URL:
  • Natasja

    Dáár waren die loodletters van! Reuzeinteressant vond ik die altijd.

    Short URL:
  • Eric Outshoorn

    En toen Martin vertrok naar de VNU om tijdschriftenmaker te worden, mocht ik hem opvolgen als redacteur Leusden van de Amersfoortse Courant. Martin had één verhaal achtergelaten zodat ik me tenminste één dag kon inwerken: een gesprekje met beheerder Pels Rijcken van landgoed Den Treek. Dat heeft me gered, een paar dagen peentjes zweten (hoe kom ik in godsnaam vol?) en daarna kwam de nieuwsstroom uit Leusden langzaam op gang.
    Dat gebeurde mede dankzij correspondent Henk Japenga, maar dat is een ander verhaal dat Martin vast nog weleens zelf wil vertellen.

    Short URL:

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0 / 1000 Beperking van tekens
Je tekst moet minder dan 1000 tekens bevatten
Your comments are subject to administrator's moderation.

Copyright © 2015-2017 Martin Rep | Bussum | Contact