oudejaarslotDe hoofdprijs in de Oudejaarsloterij is hoger dan ooit. Maar de kans dat je door de bliksem wordt getroffen is aanzienlijk groter dan dat je een grote prijs wint in de Staatsloterij, lees ik in de krant. Ik ben opgevoed met de gedachte dat de duivel meedoet in deze miljoenendans. 

Dertig miljoen euro bedraagt de hoofdprijs in de Oudejaarstrekking van de Staatsloterij. Een aardig bedrag, waarvan ik al hoofdpijn krijg als ik denk wat ik ermee zou moeten doen. Op de redactie van De Gelderlander in Nijmegen – ik werkte er in de goede tijd, de kranten vlogen nog als warme broodjes door de brievenbus – deden collega’s mee aan een nog spectaculairder loterij, net over de Duitse grens. De hele dag liepen zij te fantaseren wat ze ermee zouden doen. Steevast hoorde daarbij dat ze eerst hun baas een grote mond zouden geven en dan ontslag nemen. Dat begreep ik nooit goed, want de journalistiek is het mooiste vak dat er is en De Gelderlander was een sympathiek bedrijf.

het-zetjeLoterijen waren vroeger bij ons uit den boze. Kansspelen hadden iets met de duivel te maken. Misschien omdat Romeinse soldaten aan de voet van het kruis op Golgotha om Jezus’ kleren zaten te dobbelen, want vreemde redeneringen zijn gelovigen niet vreemd. Ook aan de voetbalpool mochten wij niet deelnemen. In 1959 of daaromtrent werd ik lid van ZCFC, Zaandams Christelijke Football Club. Deze club was altijd heel druk in de weer met acties om geld binnen te krijgen, want in tegenstelling tot andere voetbalclubs deelde ‘Z’, zoals de club liefkozend werd genoemd, niet mee in de opbrengst van de KNVB-toto. Reden: de wedstrijden waarvan je de uitslagen moest voorspellen, werden op zondag gespeeld. Mannenbroeders die voor hun principes staan, ik mag dat wel. Maar het ging maar tot zo ver, naderhand werden ze ook bij ‘Z’ pragmatischer en gingen ze meedelen in de pot.

Van mijn vader heb ik de weerzin tegen loterijen geërfd (georven, zou hij zeggen). Niet vanwege die mooie jas van Jezus, maar vanwege een ander principe van m’n vader: zonde van het geld, jongen.

Toch heb ik af en toe zwakke knieën gehad. In de beginjaren van de lotto dacht ik een winnende strategie te hebben bedacht: consequent, elke week, dezelfde vijf cijfers invullen. Dan kan de winst je niet ontgaan. Een vrij domme redenering, die me dan ook geen geld heeft opgeleverd. Ik heb naderhand, toen ik gestopt was, nooit meer durven kijken of die combinatie toch niet een keer heeft gewonnen.

Mijn Dicky denkt heel anders over de Staatsloterij. Op een gegeven moment kwam zij elke maand met een staatslot thuis. Gekocht bij Albert Heijn aan de Sint Jacobslaan, want ach, als je voor 150 euro boodschappen doet, kunnen die paar tientjes voor een miljoenenkans er wel bij. Trots vertelde ze me dan dat ze 7,50 euro had gewonnen. Dat het lot het dubbele had gekost en de opbrengst meteen werd geïnvesteerd in een nieuw lot, verzweeg ze.

Twee incidenten hebben een einde gemaakt aan deze queeste naar nieuw geld.

brievenbus Het eerste deed zich vorig jaar voor. Ik had een lot met de winnende lettercombinatie en de winnende cijfercombinatie. Dat wil zeggen: van die laatste waren helaas de middelste twee cijfers verwisseld. Die hadden 4-3 moeten zijn, wij hadden 3-4. In de verte hoorde ik schaterend lachen uit de hel, terwijl ik naar het bedrag keek dat ik was misgelopen: vijftigduizend euro. Ik heb de combinatie nog heel wat keren gecontroleerd en ook nog een keer aan Dicky gevraagd de cijfers nog één keer na te lopen, maar ook toen was 3-4 nog steeds niet veranderd in 4-3.

Erger was het tweede incident. Het was weer december. Stemmige muziek op straat en in de gemakswinkels. Oudejaarskrasloten. Voor vijf of tien euro koop je er een kraslot. Elke dag kras je een vakje open. Hoe meer dezelfde plaatjes, hoe meer kans op de honderdduizend. Een leuk cadeau om weg te geven, toch?

We hebben twee dochters, Dicky kocht twee krasloten voor hen. Begin december begon het krassen. Hoe staat het ermee, vroeg ze na een tijdje aan de jongste.

“Goed, mam”, zei die. Ze was al aardig op weg. Nog een of twee sterren en ze kon een ton ophalen bij de gemakswinkel.

De schrik sloeg me om het hart. Wat zou er gebeuren als wij dochter 2 rijk zouden maken terwijl dochter 1 alleen een koffiezetter zou winnen?

Ik kon er niet van slapen.

Gelukkig ging Oud voorbij en ging Nieuw voorbij. Een nieuwe dag, een nieuw jaar brak aan. Zonder dat de prijs bij onze dochters was gevallen.

Sindsdien koopt Dicky op mijn meer dan dringend verzoek geen krasloten meer.

  • Theo Jongedijk

    In de jaren vijftig hadden wij thuis - een flatwoning op de eerste etage in Den Haag - al een auto. Op zaterdag werd er meestal een ritje gemaakt. Zo belandden wij in Valkenburg (Z-H). Mijn vader zag een slagerij, moeder stapte uit voor iets hartigs en kwam terug met een worst en een lootje voor de paardenmarkt. 'We worden gebeld als er een prijs op is gevallen'. De slager had dat beloofd en weken later ging de telefoon. 'U hebt de hoofdprijs, een paard'.
    Mijn broer en ik waren de hemel te rijk. Op de flat geen hond, zelfs geen poes en nu hadden we een paard.
    Een week later had vader tijd om met ons te gaan kijken. De knol stond bij een boer in de wei. We werden ontvangen met een gepeperde rekening voor de kosten van het stallen. Een ingehuurde paardendeskundige, ook duur, beoordeelde het edele dier. 'Geen renpaard, geen springpaard. Alleen geschikt voor de slacht'. De slager, ook in het gezelschap wreef zich in de handen. Wij hadden dik verdriet. Geluk en ongeluk zo dicht bij elkaar.

    Short URL:
  • Natasja

    En je vergeet te vertellen dat Barbara ook nog 1 ster verwijderd was van 100000€!! Maar dat heeft ze toen niet durven zeggen

    Short URL:

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0 / 1000 Beperking van tekens
Je tekst moet minder dan 1000 tekens bevatten
Your comments are subject to administrator's moderation.

Copyright © 2015-2017 Martin Rep | Bussum | Contact