moliereIk vind in een ordner een uitgebreide correspondentie terug. Overpeinzingen bij een langdurige vriendschap en hoe die tot een abrupt einde kwam. 

De brieven waren handgeschreven, op de typemachine of met de computer vervaardigd. Met niemand heb ik zo veel gecorrespondeerd als met mijn vriend Sergej. De vracht papier beslaat een complete ordner. Af en toe blader ik erdoorheen. Weggooien of toch nog maar een tijdje bewaren, ik kan niet besluiten. Uit de correspondentie publiceren zou voelen als verraad aan een bijzondere vriendschap die ooit was maar treurig en in vijandschap eindigde.

Toegegeven, Sergej was een misantroop. Toegegeven, hij kon slecht tegen drank terwijl dat geen belemmering was om zich er op gezette tijden aan buiten te gaan. Toegegeven, ik beleefde gênante momenten met hem. (Sergej en ik doen ons in een eetcafé te goed deden aan een sateetje; de ober  vraagt beleefd of alles naar wens is. Sergej kijkt hem doordringend aan, neemt nog een slok rode wijn en antwoord met een strak gezicht: “Hoezo?? Krijgt u veel klachten?”)

Met Sergej kon je dus ook lachen. Maar vooral praten. We spraken over van alles als we elkaar tussen onze heftige correspondentie door ontmoetten. Over literatuur. Over muziek. Over ons vak, de journalistiek, waar ik 24 uur per dag mee bezig was en dat Sergej was gaan haten. ‘Hoernalistiek’, noemde hij het. Sensatie voor de buitenwereld, je mocht toch nooit schrijven over de werkelijk belangrijke dingen.

We ontmoetten elkaar voor het eerst in het begin van de jaren zeventig bij de Amersfoortse Courant, waar Sergej een jaar na mij zijn intrede deed. We konden het goed met elkaar vinden. Na het werk even samen de kroeg in; altijd lachen en altijd discussies. Hij ging samenwonen met een collega. Af en toe zocht ik hen op in hun flat in de Amersfoortse wijk Liendert. De gesprekken gingen nu vooral over muziek. Sergej zette de ene plaat na de andere op, hardrock maar steeds vaker klassieke muziek. En altijd was er wel een nieuwe mooie fles wijn en soms een Ierse whiskey die ik beslist moest proeven. Dan zag hij er de volgende morgen niet helemaal fris uit, maar hij ondernam toch trouw de korte wandeltocht naar de dagelijkse persconferentie in het politiebureau aan de Stadsring. Hij tikte zijn stukjes en was dan opeens weg, belde me een uurtje later vanuit het café en dan moest ik meteen komen. “Martijn”, zei hij, “ik zie dit niet zitten. Is dit het nou? Inbreker betrapt op heterdaad in de Kruiskamp? Forse blikschade bij aanrijding in het Soesterkwartier?”

Zijn vriendin ging werken bij het Haarlems Dagblad. Sergej kwam afscheid van me nemen. “Ik word huisman”, zei hij, “Maria is een veel betere journalist dan ik, ik gun haar haar carrière.”

Een paar jaar later werden we toch weer collega’s, toen ik een eindredacteur nodig had bij het pulpblad waar ik een tijdje werkte. Sergej had toch niet veel om handen, het betaalde goed en het was maar voor korte tijd. Maar het was niet zo’n goed idee. De man die tegen zijn zin terug was beland in de hoernalistiek raakte gefrustreerd door de gebakken lucht die hij dagelijks moest verkopen. Maar erger nog was dat hij verliefd werd op een leuke collega van het pulpblad. Daar ging zijn relatie met Maria, voor wie hij kort tevoren nog zijn baan in Amersfoort had opgezegd om een nieuw leven te beginnen in Haarlem.

Met de leuke collega had hij niet zo’n leuke tijd. Als ze geen dingen deden die wel leuk waren, vochten ze elkaar de tent uit. De relatie duurde dan ook niet lang. Toen ik Sergej opzocht voor een hapje en een drankje, keek hij nog somberder voor zich uit dan normaal.

“Ik heb geen cent meer, Martijn”, zei hij. “We hebben gefeest dat het niet mooi meer was en nu is alles op.” Zijn baan bij het pulpblad had hij er inmiddels ook aan gegeven.

“Kun je me helpen, Martijn”, vroeg hij. “Ik doe al mijn platen en boeken weg voor een schijntje. Als je wat van me kunt overnemen, ben ik voor een tijdje uit de brand.” Ik kocht een paar lp’s — Alex Harvey, Chicago — en twee in leer ingebonden antieke boeken: het verzameld werk van de Franse toneelschrijver Molière. “Prachtexemplaren”, zei Sergej. “Kijk, de gravures zijn met de hand ingekleurd.” Sergej was honderd gulden rijker, ik had een vage aanwinst voor mijn boeken- en platencollectie. 

We zagen elkaar niet zo vaak meer. Pas jaren later kwamen we elkaar weer tegen, bij een reünie van de Amersfoortse Courant. Hij zag er gelukkig uit. Het was weer goedgekomen met Maria, ze waren zelfs zo gelukkig dat ze twee prachtige kinderen hadden. Sergej, de huisman, zorgde voor hen terwijl Maria aan haar carrière werkte. We praatten honderduit. De volgende dag schreef ik hem een brief waarin ik meldde dat ik van onze nieuwe ontmoeting had genoten.

Binnen vierentwintig uur had ik antwoord van Sergej. “Ik was ontroerd een brief van je te krijgen”, schreef hij. “In geen jaren heb ik een brief van iemand ontvangen.”

Het was het begin van een intensieve correspondentie. Minstens een keer per week wandelde ik naar de brievenbus, minstens een keer per week bezorgde de postbode een brief bij mij. We gingen elkaar ook weer opzoeken. Meestal in Utrecht; ik woonde inmiddels in Nijmegen, Sergej nog altijd in Haarlem. Het waren avonden als vanouds, met diepgaande gesprekken en overvloedig drankgebruik, waar Sergej nog altijd slecht tegen kon. Hij was me dankbaar dat ik destijds platen en boeken van hem had overgenomen maar nee, hij was niet geïnteresseerd ze terug te kopen, ook de mooie verzamelde werken van Molière niet. 

Korte tijd later eindigde onze serie ontmoetingen opnieuw, maar nu definitief. Niet toevallig als gevolg van drankgebruik. We kregen ruzie in een Utrechts restaurant. Ondanks een paar telefoongesprekken en nog een nieuwe brief kwam het niet meer goed. Aan de stroom brieven kwam een even abrupt einde als aan de bewogen vriendschap.

Af en toe kom ik de correspondentie nog tegen. Ik blader erdoorheen en verbaas me over de veelheid van onderwerpen die we aansneden en over de vele grappen die we maakten. Het was makkelijk om goede vrienden met Sergej te zijn, het was nog makkelijker om ruzie met hem te krijgen.

Ik mis hem nog wel. Het was een roerige tijd, met scherpe randen en zachte kanten. Ik zal nooit meer het glas met hem heffen. Sergej zowel als Maria is al jaren geleden overleden. 

Molière iets voor jou?

 
moliere2

Ik bied Sergejs boek ‘Les œuvres de Molière’ te koop aan, tegen elk aannemelijk bod. Dit mooie verhaal over de geschiedenis van de boeken krijg je er gratis bij. Mail me via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

Klik op foto voor grotere afbeelding

 

NB; Enkele minuten na publicatie van dit verhaal kreeg ik een goed bod op de twee banden. Ze zijn verkocht!

 

   

  

Reacties (4)

This comment was minimized by the moderator on the site

Weer een prachtig verhaal Martin. En zo herkenbaar.

  Anneke Van Dok
This comment was minimized by the moderator on the site

En zo kan het dus lopen. Goed verhaal Oom Martin..

  Mieke Prins
This comment was minimized by the moderator on the site

Mooi verhaal, Martin, prachtig, respectvol opgeschreven. Ik kende Sergej ook uit de AC-tijd, maar kan me hem nauwelijks meer herinneren. Maria iets beter.

  Arjeh Kalmann
This comment was minimized by the moderator on the site

Hoi Martin,
Dank voor je bewogen en inlevend verhaal over Sergej en Maria. Ik heb beiden redelijk lang meegemaakt bij de Amersfoortse Courant; Maria op de regioredactie en Sergej op de kunstredactie. Met Maria (een heerlijke, gezellige en geëngageerde vrouw met een goede babbel) ging ik vaak tussen de middag een broodje in de stad eten; was leuker dan in de kantine. Heel jammer dat beiden er niet mee zijn.

  Guillaume Spiering
There are no comments posted here yet

Laat je reactie achter

  1. Posting comment as a guest.
0 Characters
Bijlages (0 / 3)
Share Your Location

Copyright © 2015-2020 Martin Rep | Radboudlaan 14 | 1402 XP  Bussum | Contact