sharks2021Moet dat nou, de mooiste film uit mijn jeugdjaren opnieuw verfilmen? Met de nodige scepsis neem ik plaats in een loge van de mooiste bioscoop van de wereld.

mes1961West Side Story 1961, dat mes.

Bernardo trekt een mes. Het is nacht, er valt een lichtstraal op, die wordt weerkaatst en het hele beeld verblindt. Een seconde lang zien de bioscoopbezoekers alleen dat felle licht.

Waar iedereen bang voor is geweest, gaat nu gebeuren. De gevechten tussen de Sharks en de Jets zijn uit de hand gelopen. Even later tuimelen de gebeurtenissen over elkaar heen zonder dat iemand er nog wat aan lijkt te kunnen doen. Bernardo wordt doodgestoken. Er wordt wraak gezworen. Er wordt een leugen verteld. De grote meeslepende liefde van Tony en Maria komt aan een wreed einde voordat die goed en wel is begonnen. ”There’s a place for us”, fluisterzingt Maria nog heel even, en dan sterft Tony in haar armen.

De film maakte diepe, diepe indruk. Iedere jongen, ieder meisje van mijn generatie zag West Side Story in 1961, ’62 of ’63. En opnieuw. En opnieuw. En weer. Er verschenen stukjes in de kranten over mensen die de film wel dertig, veertig of vijftig keer hadden gezien.

Alles was goed aan West Side Story.

De muziek. Een mengeling van jazz en klassiek, net voor de opkomst van The Beatles. Componist Leonard Bernstein maakte een meesterwerk van elke song.

De dans. De Sharks en de Jets vechten, pesten, spelen macho, ze zingen spottende liedjes, en ondertussen voeren ze ongelooflijke balletten op in de straten en op de pleinen van New York.

Het verhaal. Een liefdesdrama, geïnspireerd op de zestiende-eeuwse tragedie ‘Romeo en Julia’ van William Shakespeare: jongen en meisje uit twee elkaar bevechtende kampen worden geliefden en dat loopt fataal af.

Het camerawerk. Het mes (dat blijft indruk maken, ook na de zoveelste keer). De tergend trage openingsscène, met verticale lijnen op een steeds van kleur wisselende achtergrond. Pas als Bernsteins ouverture op zijn eind loopt, zie je dat je naar Manhattan in vogelvlucht hebt zitten kijken.

luxor jaren zeventig

Je moest de film zien in het grootst mogelijke theater met het grootst mogelijke scherm en de beste geluidsinstallatie. De Amsterdamse bioscoop Du Midi, waar de film twee jaar lang draaide, was daarvoor meer dan geschikt. De Nederlandse première was in maart 1962, maar trok nog altijd volle zalen in het hele land toen ik hem, pas anderhalf jaar later, voor het eerst zag. Dat was op donderdag 8 augustus 1963 in het Luxor in Arnhem, naar eigen zeggen het theater dat Abraham Tuschinski inspireerde bij het ontwerpen van de bioscoop in Amsterdam die zijn naam kreeg en in de eenentwintigste eeuw wordt beschouwd als de mooiste bioscoop ter wereld. Ik was met mijn vriend Rob op vakantie in het Gelderse dorpje De Steeg. We hadden van de leiding van het christelijk vakantiecentrum waar we verbleven avondpermissie gekregen om naar de bioscoop te gaan, samen met een groepje meiden en jongens. 

Na afloop stonden we er bij een automatiek in de Bakkerstraat nog een tijdje over na te praten. Een betere film hadden we nog nooit gezien. Moest zelfs Rob toegeven, die als fan van Brigitte Bardot het liefst naar films met de Franse seksbom ging.

Pas aan het einde van dat jaar 1963 begon de belangstelling voor West Side Story terug te lopen. 

 

Dan, bijna zestig jaar later, een nieuwe West Side Story. Vol scepsis lees ik over de ‘jeugddroom’ van regisseur Steven Spielberg dat hij die grote rolprent uit zijn jeugd opnieuw wil verfilmen. Wat was er verkeerd aan de oude West Side Story, denk ik dan. Het antwoord weet ik wel: dat de huidige generatie de film niet kent.

Natuurlijk moet ik West Side Story 2021 zien, samen met mijn Dicky. Zestig jaar na West Side Story in het Arnhemse Luxor besluit ik dat er maar één plaats is om de nieuwe versie te bekijken. Ik reserveer kaartjes in Tuschinski in Amsterdam. Op de geplande dag is er maar één voorstelling, die om tien over half twaalf begint — ’s morgens wel te verstaan, de vreemdste tijd dat ik ooit een bioscoop ben binnengelopen. Om de voorstelling luister bij te zetten, heb ik voor Dicky en mij een love seat gereserveerd. Negentien euro per kaartje, het is wel wat anders dan de vier gulden die ik in 1963 betaalde aan de kassa in Luxor. Maar je krijgt er ook wel wat voor. De love seat blijkt een zitje in een loge te zijn. “Daar horen een hapje en een drankje bij”, vertelt het meisje dat ons naar de loge brengt. De zaal is zo goed als leeg, Dicky telt, inclusief onszelf, vijftien mensen op de begane grond.

We kiezen voor nacho’s met kaassaus en een flesje prosecco. Als het meisje terugkomt om de bestelling op het minuscule schapje voor ons zitje neer te zetten, vraagt Dicky nieuwsgierig of zij de film al gezien heeft.

“Ja nou”, antwoordt ze, “de muziek is hartstikke gaaf.”

We denken dat ze de songs uit de 1961-versie gewoon niet kende. Want hoewel de hele soundtrack opnieuw is opgenomen, zijn de nieuwe vertolkingen niet wezenlijk anders dan de oudere. Geen rapper die met zijn tengels aan de songs heeft mogen zitten. 

 

westsidestory the endWe installeren ons en dopen onze nacho’s in de warme kaassaus. Ik veer al snel op als ik de eerste tonen van de ouverture hoor. Ik denk gelijk thuis te zijn, maar het vervolg is helemaal anders. In plaats van het kleuren- en lijnenspel dat de bezoekers zestig jaar geleden gefascineerd ondergingen, zie ik een afbraakbuurt, en een sloopkogel die klaar staat om zijn vernietigende werk in dit stukje New York te gaan doen. 1-0 voor de oude versie, denk ik. 

Maar al gauw zit ik midden in de rauwe gebeurtenissen in deze buurt, waar straks het Lincoln Centre zal verrijzen. Het verhaal ontrolt zich in hoog tempo met als achtergrond de afbraak van de buurt, waar alleen arme losers wonen, die vergeefs demonstreren voor het behoud van hun woonkazernes en waarover twee straatbendes elkaar stompzinnig genoeg de heerschappij betwisten: de Sharks (Porto Ricanen) en de Jets (white trash). Het is hetzelfde verhaal als in de 1961-versie, maar de hoofdfiguren hebben veel meer diepte en karakter. De Jets denderen als een machomachine door de straten en voeren een schitterend ballet op, dat in niets onderdoet voor dat uit de oude versie. Ze zien eruit als armzalige kids uit een kansloze wijk, in tegenstelling tot de glamoureuze jongens uit de 1961-versie. 

Ik moet wennen aan de rauwe kop van Bernardo (David Alvarez), de bendeleider van de Sharks, die in deze film de achternaam Vasquez blijkt te hebben. In 1961 identificeerden we ons met Bernardo, de coole George Chakiris, de mooiste jongen van de straat met perfecte kleding. Chakiris werd geschminkt om hem meer op een buitenlander te doen lijken, net zoals witte acteurs tot ver in de twintigste eeuw zwart werden gemaakt als ze een jazz-muzikant moesten spelen. Bernardo 2021 heeft een rafelrandje, hij bokst om geld te verdienen en moet zorgen voor zijn zusje Maria, die inwoont bij hem en zijn vriendin Anita. Zelfs Rita Moreno, die in 1961 Anita speelde, en die echt uit Porto Rica kwam, werd nog geschminkt. (Het is bijzonder om haar nu, ongeschminkt, terug te zien als negentigjarige, in een rol die in 1961 niet bestond: als de weduwe van ‘Doc 1961’, die de bar uitbaatte waar de kids elkaar ontmoetten.) 

Tony vonden wij in de 1961 maar een beetje slappe figuur, die te bang was om met de Jets mee te vechten. In de nieuwe versie ontpopt hij zich als tragische held van vlees en bloed.

Alles is hetzelfde gebleven — zelfs het mes van Bernardo weerkaatst het licht weer in het donker — maar alles is ook anders geworden. Maria, de bloedmooie Nathalie Wood uit 1961 (maar van Russische komaf) wordt nu vertolkt door de piepjonge Rachel Zegler. Die kan toch nooit aan haar voorgangster tippen, is mijn eerste gedachte. Tot ze gaat zingen (wauw…) en acteren.

Je ruikt meer zweet en bloed bij deze West Side Story. En ik kan me niet herinneren dat ik in 1963 steeds mijn zakdoek moest pakken om mijn neus te snuiten, terwijl ik nu papieren zakdoekjes te kort kom. Maar dat zou ook de leeftijd kunnen wezen. 

 

Als na het dramatische einde de zaallichten langzaam aangaan, fluistert Dicky geïmponeerd: “Wat een prachtige film.” 

We praten er nog een tijdje over na, nadat ik het meisje achter de bar in Tuschinski heb verteld dat mijn nog halfvolle bakje nacho’s en het halve fles prosecco door m’n gestuntel in het donker op de grond zijn gelazerd en het nu dus een puinhoop is in loge 16. 

“Het is eigenlijk net als met een bijbelvertaling”, zeg ik, “er was helemaal niks mis met de oude vertaling. Voor mij blijft dat ook de echte, omdat je nu eenmaal gewend bent aan het woordgebruik. Maar een nieuwe generatie heeft daar geen boodschap aan. Die wil gewoon snappen wat er staat.”

Op de film-website IMDB geef ik West Side Story 2021 de volgende ochtend tien van de tien beschikbare sterren. Daarna zoek ik op hoeveel sterren ik eerder heb gegeven aan West Side Story 1961.

Negen. 

Copyright © 2015-2022 Martin Rep | Radboudlaan 14 | 1402 XP  Bussum | Contact