luilak1954 rozengrachthoekJasykoffstraatOp de vrijdag voor Pinksteren ging het hart van elke jongen en elk meisje in de Zaanstreek sneller kloppen: de komende nacht zou het Luilak worden. Wat is er toch geworden van het mooiste straatfeest van ’t jaar? En waar is het boek gebleven, waar dat alles zo mooi in beschreven stond?

Stom hoor. Jarenlang heb ik ‘Jongens uit ’t Zaantje’ zorgvuldig bewaard omdat ’t zo’n fijn boek was, heb ik het blijkbaar toch bij de laatste verhuizing weggedaan. Met nog een paar honderd andere boeken. De antiquaar in Nijmegen vlooide de hele vracht die ik bij hem de winkel in sjouwde, zorgvuldig door. Nadat hij klaar was, had hij een stapeltje van tien boeken uitgezocht die hij wel wilde hebben. Tachtig euro gaf hij ervoor, de rest kon ik bij hem achterlaten of meenemen, dat maakte hem niet uit. Zo heb ik waarschijnlijk onbedoeld afscheid genomen van het boek. En nu had ik het nodig, omdat ik over Luilak wilde schrijven en in dit boek alles samenkwam wat ik daarbij nodig had.

Het ging over jongens van mijn leeftijd, die opgroeien in het Zaandam van de jaren vijftig, die elke zondag in de kerk zitten, bidden vóór het eten en bijbel lezen daarna en vervolgens op straat allerlei kattenkwaad uithalen – kortom, het ging zo’n beetje over mij.

Een van de mooiste hoofdstukken ging over Luilak. Luilak was met afstand de belangrijkste gebeurtenis voor een jongen die in die tijd in ’t Zaantje woonde. Je keek er weken lang naar uit, de nacht zelf ging in een roes voorbij, alles mocht wat anders niet mocht, je liep na het grote feest van fikkie stoken door een ontwakende stad, met nauwelijks nog besef van plaats en tijd. Tegen zeven uur trok je je kleren uit, die heerlijk stonken naar fik, en rolde je in je bed tot een uur of twee, drie in de middag.

Douwes beschreef het perfect in hoofdstuk 8 van Jongens uit ’t Zaantje:

Pinksteren komt in ’t zicht, de tijd waarnaar elke jongen in de Zaanstreek met verlangen uitkijkt. De meisjes trouwens niet minder. Over enkele dagen komt van Vrijdag op Zaterdag de kostelijkste nacht van heel ’t jaar. Wie dan niet in de weer is, moet wel zwaar ziek zijn. Geen moeder of vader zal tegen de kinderen zeggen: “Jij blijft vannacht in je bed!” Stel je voor! de luilaknacht in huis!

[…] Weken van tevoren lopen de jongens te slepen met alles wat brandbaar is: oud papier, planken, stukken zeil of vloerkleed door moeder bij de schoonmaak weggegooid. En graag natuurlijk oude fiets- en autobanden, want die ruiken zo doordringend en scherp als je er de brand in steekt!

Ik spaarde brandbaar materiaal bij elkaar voor het fik van de Meidoornstraat


luilak anpVriendschappen werden opgeschort met Luilak. Ik spaarde brandbaar materiaal bij elkaar voor het fik van de Meidoornstraat. De vele dozen die altijd in een berghok op ons achtererf lagen, leverden een bijdrage daaraan, al verdween dat goedkope ribkarton binnen enkele seconden in het verzengende Luilakvuur. Rob spaarde spullen op in de schuur achter zijn huis aan de Burgemeester Van der Stadtstraat. Het was een sport de geheime bergplaatsen van andere straten te ontdekken, maar je had heel wat lef nodig om die te plunderen, vooral als die van beruchte buurten kwam zoals het Hanepad, een zijstraatje van de Zuiddijk waar wij haast nooit over durfden te lopen omdat we bang waren voor de jongens die daar woonden.

Bijzonder populair voor een Luilakfik waren fietsbanden, maar vooral autobanden. En platen Eterniet, niet te vergeten. Grijs materiaal dat je bij voorkeur plat op de brandstapel moest leggen, dat gaf lekkere knallen. Het was lang voor de kankerverwekkende eigenschappen van dit isolerend materiaal werden ontdekt. 

Een Luilakbrandstapel werd meestal pas een paar uur voor het grote feest opgebouwd. Uit alle steegjes en gangetjes werd het materiaal aangesleept, liefst op kruispunten van straten. Daar was meer ruimte en het autoverkeer werd er lekker door gehinderd.

luilak anp2Mijn vader maakte me wakker om twee uur ’s nachts; waarschijnlijk werden vanaf dat tijdstip de luilakvuren gedoogd. Want formeel mochten die vuren midden op straat verboden zijn, er waren er zoveel in de hele Zaan en Noord-Holland dat een verbod onmogelijk zou zijn. Dachten we.

Gefascineerd keek ik met mijn vader toe bij de brandstapel, die vakkundig werd opgebouwd. Onderin hout en karton, daarbovenop allerlei andere troep, zolang die maar wilde branden. Wie zou de opdracht ‘vuur’ hebben gegeven? Toch ging dat gedisciplineerd. Een paar jongens tegelijk zetten de brand erin. Metershoge vlammen. Als ik omhoog keek, zag ik de straatlantaarns door de hitte als  trillende impressionistische schilderijen. Het was onmogelijk dichtbij te komen, de hitte van het vuur was intens.

Nog lang werden er allerlei dingen aangesleept om op het vuur te gooien. Als hoogtepunt ten slotte de fiets- en autobanden. De vlammen veranderden van felgeel in helrood, de stank was heerlijk.

Daarna begon het vuur wat in te zakken. Kleine kinderen, die pas om vier uur mochten opstaan, gooiden er nog wat klein spul op. De grotere jongens en meisjes hielden het voor gezien en trokken naar andere buurten.

Toen ik wat ouder werd, was het stoer om niet meer naar bed te gaan, maar de hele nacht door te halen. Ook op zo’n nacht was het fik van de Meidoornstraat het belangrijkste. Daarna ging ik op zoek naar Rob. Ik had afgesproken dat ik hem zou ontmoeten bij het fik van de Van der Stadtstraat. Maar ik ging niet rechtstreeks; eerst wandelde ik naar het Vissershop. Vanaf de Notenlaan kon ik het fik aan de overkant van de Zaan zien. De brandstapel van de Havenbuurt was legendarisch, maar ik durfde daar zelfs niet in de buurt te komen. De lui van het Haven waren beruchte vechters, die harde vuisten en nog veel hardere knuppels hadden. Hun fik weerspiegelde in het rustige Zaanwater, het was nog altijd gigantisch hoog, al moest het al uren branden en begon in het oosten de hemel al roze te kleuren.

Rob kon ik zonder veel zoeken vinden, hij was inderdaad bij het fik vlak bij zijn huis. Hij vertelde dat de brandweer was langsgekomen en het vuur in een minuutje had geblust. Het was te dicht bij een lantaarnpaal opgebouwd. Even de hogedrukspuit erop, klaar.

luilak korrierijden

korrie boek

Het was nu tijd om warme bollen met stroop te halen bij bakker De Zeeuw, een oude Luilaktraditie. Voor vijf cent een hete witte bol waar de bakker stroop op had gesmeerd. Daarna liepen we richting de Burcht. Daar werden vaak activiteiten georganiseerd om te voorkomen dat de jeugd overal in de stad ging rondhangen en misschien voor overlast ging zorgen. Maar er draaiden alleen maar films, zonder geluid zelfs. Vroeger hadden we hier nog wel naar optreden van bandjes gekeken.

Dan maar richting Stationsstraat, waar straks, bij het ochtendgloren, de korriewedstrijden tussen de lagere scholen in Zaandam zouden beginnen: zeepkist-races, waarbij de karretjes werden getrokken door een stuk of acht jongens en meisjes. Halverwege het traject moesten de karretjes in het water gedompeld worden, zogenaamd om de hete assen af te koelen. We vonden er niet veel aan en vertrokken al na een halfuurtje weer.

Langzaam kwam de zon op boven Zaandam. We stonken als een oordeel en we beleefden de mooiste nacht van het jaar. We bekeken de fikken onderweg. Morgen zou dit alles verdwenen zijn, zo wisten we, en dan moesten we weer een jaar wachten op dit prachtige feest.

De rest van het jaar, en soms nog jaren daarna, zouden de Zaandamse straten de littekens dragen van de Luilakfikken. Straatstenen knapten door de intense hitte van de vuren. Dat kon niet langer, vonden gemeentebestuur en politie die ook genoeg hadden van alle baldadigheden en vernielingen. De dag na Luilak lazen we steevast in De Typhoon over relletjes die tijdens Luilak hadden plaatsgevonden Markiezen van winkels die in de fik waren gestoken, ruiten die waren ingegooid, jongens die met elkaar hadden gevochten, de brandweer die allerlei fikken had moeten blussen die een bedreiging waren geweest voor de huizen in de buurt.

luilakkrommenie1961In de jaren daarna was het stoken van fik alleen nog toegestaan op aangewezen plekken. Daar was niks aan natuurlijk, maar als je je brandstapel midden op straat ging bouwen, kwam binnen de kortste keren de brandweer er een einde aan maken. Luilak werd alleen nog toegestaan op ‘ondergelopen landjes’ en op andere oninteressante plaatsen. Activiteiten zoals concerten of films op de Burcht vonden niet meer plaats. In 1960 deed ik als leerling van de onderbouw van het Zaanlands Lyceum nog mee aan de korriewedstrijden in de Stationsstraat, maar een paar jaar later werden die ook al niet meer georganiseerd. Zou ergens in een Zaans museum nog een origineel korriewagentje zijn te vinden?

Luilak anno 2015 is een vage herinnering aan de mooie nachten die wij ooit meemaakten. Waarin je de hele nacht door de stad zwierf en in je bed rolde als de vogels al volop aan het jubelen waren. De volgende dag was Eerste Pinksterdag, daarna natuurlijk Tweede Pinksterdag en ons deel van Noord-Holland had wonderlijk genoeg ook een Derde Pinksterdag. Nog heel lang is dat een vrije dag geweest bij Zaanse bedrijven.

De ‘Jongens uit ’t Zaantje’ gingen natuurlijk met Pinksteren naar de kerk, net zoals wij. Maar naar welke kerk? Ik moet het weten.

Op Marktplaats vind ik het boek uit mijn jeugd vrij makkelijk terug en ik besluit bijna onmiddellijk het weer aan te kopen. Voor 7,50 euro inclusief portokosten komt het mijn kant op. De volgende dag al ligt het pakje in de brievenbus, in veel mooiere staat dan het stukgelezen exemplaar dat ik ooit had.

Luilak wordt niet meer gevierd door de jongens in Zaandam


De viering van Eerste Pinksterdag is het slothoofdstuk van het boek. Het is ook het hoofdstuk waarin alles samenkomt. Hoofdpersoon Cor Koppenol en zijn vriend Teun hebben ruzie gemaakt. Maar in de aanloop van het Luilak- en Pinksterfeest hebben zij het weer goedgemaakt. Ze gaan naar de gereformeerde Stationsstraatkerk; de kerk waar niet alleen Dicky en ik, maar ook, 35 jaar eerder, mijn ouders zijn getrouwd.

jongzaan“Die Zondagmorgen beieren de klokken over Zaandam dat het ’t een lieve lust is. De hemel is diep-blauw en boven het water van ’t Otterspad, dat niet eens rimpelt, dansen dozijnen muggen een vrolijke dans.

Wil en Koos lopen hand-in-hand vóór vader Koppenol uit, trots als kleine pauwen. Geen wonder, want Koos heeft een spiksplinternieuw matrozenpak gekregen gisteren en Willie twee grote vlinderstrikken van witte zij, die maar wat mooi staan in haar blonde krullen. Daar moeten ze vóór kerktijd even mee geuren.

[…] ’t Is vandaag voor heel wat mensen een bizondere dag. Ook voor Miep, die nog altijd hun hulp in huis is. Cor weet er iets van. Vanmorgen zal ze met nog zestien anderen belijdenis doen. Hij heeft dat al verschillende malen meegemaakt in de kerk en ’t lijkt hem een plechtige gebeurtenis. Wat is ’t toch eigenlijk, dat belijdenis doen? Worden de mensen dan ineens vroom?

Dat schijnt wel zo te wezen, want kort na de belijdenis, is er in de kerk Avondmaal en daar mogen die mensen dan ook naar toe.

Tjonge nee, hij zou niet durven. Je moet natuurlijk heel veel van God houden als je zoiets gaat doen…”

Luilak wordt niet meer gevierd door de jongens in Zaandam. Het gebouw van de Stationsstraatkerk, gebouwd in 1874, huisvest tegenwoordig een ander kerkgenootschap. Het Otterspad heet nu Klokbaai en de wegsloot erlangs is verdwenen. Met Pinksteren zijn er nauwelijks nog gelovigen die belijdenis doen. Alleen een jongen uit ’t Zaantje, dat blijf je je hele leven.

Reacties (16)

Laad vorige reacties
  • Judith Krone

    Mooie herinneringen aan de luilakviering. De Texelstraat was deels nog omgeven door weiland. Daar was een goede plek voor allerlei vuren. Het liefst wilden mijn zusje en ik meedoen met de buurjongens achter ons, die van het Schiermonnikoog, maar zij waren ouder en we mochten een beetje om het vuur staan kijken. Een van de jaren was het vuur zo hoog en fel, dat de dakgoten van de huizen die het dichts bij stonden schroeiden. In 1960 toen we een auto hadden, zouden we gaan kamperen in België. Dus op tijd onder de douche om de brandlucht er af te wassen. Eenmaal klaar, toch stiekem nog even naar het vuur. Oh, wat was mijn moeder kwaad. We gingen toch op pad met een flinke brandlucht in de auto. Toen hadden we de lekkere verse kadetten van de bakker uit de Vlielandstraat gelukkig al op.

    Short URL:
  • Peter

    Door mijn nicht Ineke (zie boven) opmerkzaam gemaakt op jouw verhaal. Ik zou je op straat natuurlijk niet herkennen, maar heb nog wel sterke herinnering aan de diverse 'luilakken' die ik in het Zaanse heb mogen doorbrengen met mijn neef Rob. Jouw verhaal brengt het allemaal versterkt weer boven en ik kan me jou nog goed herinneren. Voor mij was luilak een onbekend verschijnsel maar werd door Rob en jou behoorlijk aangestoken. Het spannendste vond ik toch wel het feit dat we midden in de nacht op straat spookten in plaats van in bed te liggen. (voor straf heb ik de rest van mijn leven 's nachts werkend moeten doorbrengen) Ik herinner me nog heel goed een nachtelijke rit in een Morris Minor, volgens mij van jouw vader of ene Huitema? Mijn avonturen met Rob op de Hanepadsloot, de Burcht en een 'sluis?' in de stad, hebben de basis gelegd voor mijn carriere op zee. In Bennekom was niet zo veel water en ik was in Zaandam altijd zeer onder de indruk van dat alles.
    Geweldig bedankt voor verhaa

    Short URL:
  • Tony

    Heerlijk terug kijken in de tijd Martin. Wat heeft ook onze broer George veel verzameld en bewaakt. Wij meisjes stonden op de tweede rij vol ontzag te kijken. Daarna zwemmen in de zaan en weer hangen aan de zandschuiten. Ik stuur het verhaal waarschijnlijk door naar een straatvriendinnetje dat nu in Canada woont.

    Short URL:
  • Tiny Ragetlie-Stoof

    Hartelijk dank voor deze herinneringen. Sinds mijn man Harry is overleden kan ik deze her-inneringen niet meer ophalen, behalve dat Tony, mijn vriendinnetje is de 50tige jaren mij dit opstuurde. Mijn broers waren ook altijd van de partij met veel zooi! Ik hou me aanbevolen voor meer nostalgie. Tiny

    Short URL:
  • Welkom op mijn website, Tiny. Als je nostalgisch bent aangelegd, kun je hier je hart ophalen!

    Short URL:
  • Frank Blaes

    eind jaren vijftig was ons fik altijd in de westzijde tegenover Aspa ongeveer. Er waren erg veel oliekachels in die tijd en wij pikten ook uit diverse schuurtjes in blikken en flessen olie . Dat sloegen wij dan op bij Rob boering in de schuur en haalden dat dan met luilak er uit om op het fik te gooien. De etalage ramen van Aspa en Eijer werden dan ook kokend heet

    Short URL:
  • Jan de Jong

    Martin ik ken je niet maar als je bij luilak goed naar de Havenbuurt had gekeken had je mij daar vast zien lopen.
    Ik woonde dus in die buurt en mijn eerste luilak was midden in onze straat, de ramen stonden bol van de hitte en de verf bolde op van de sponningen.
    Het is nog net goed gegaan.
    Je mocht in mijn eerste jaren, ik denk zo rond 1950 pas om 2 uur de straat op. Als de politie je eerder buiten trof ging je mee naar het bureau.
    Ik heb een paar van die herinneringen beschreven in mijn boekje Buitenbeentje in het Havenkwartier.
    Dat boekje lijkt veel op jouw site, ik heb het alleen in drukvorm gebracht.
    Ik ben zelf van 1940 en heb heel goede herinneringen aan Jeugdhaven en kende in die tijd een aantal Hoppers omdat we elk jaar met beide Jeugdhavens een weekje op vakantie gingen.
    Ook daarvan heb ik wat in mijn boekje beschreven.
    Ga zo door svp.
    Jan

    Short URL:
  • Ton van der Neut

    Hallo AlMartin, om aan te sluiten bij de bovenstaande reactie, ik ken je ook niet, maar ik vond deze site nadat ik de woorden Korriewedstrijden Zaandam googlede. Dit weer naar aanleiding van een stuk van de schrijver Jan Hanlo van 31 december 1960 dat onder de titel ' Indrukken die de Zaandamse Korriewedstrijden op een Zuid-Nederlander maakten' (opgenomen in het boek Barbarber Alfabet, 1990, Querido)
    Ik heb natuurlijk geen idee of U dit stuk kent.
    In ieder geval vond ik de fotoos bij uw stuk met de korriewedstrijd in de Stationsstraat erg aardig.
    Omdat ik de laatste tijd wat lees in de brieven van Hanlo kwam ik er achter dat hij in de jaren vijftig enige brieven heeft gewisseld met de toenmalige Typhoonjournalist Henk Kalbfleisch, toen medewerker op de kunstredaktie van de krant.
    Uit het stuk van Hanlo over de korriewedstrijden maak ik op dat de gemeente Zaandam de wedstrijden organiseerde op de luilakdagen en dat de gemeente ook aan aantal van de korries had laten maken. Ai 1000 !-2

    Short URL:
  • Ton van der Neut

    O ik kan hier verder, hoe aardig!
    Ik vraag me af of die korriekarren nog ergens in levende lijve te bekijken zijn. Heeft de gemeente ze ergens bewaard of zijn ze tenslotte ook in een luilakfik verteerd?
    Ik zal uw site toevoegen aan mijn favorieten.

    Short URL:
  • Frieda Kok

    Geweldig stukje weer. Ik mocht niet zo ver en vroeg als jij.
    Meisje. Ik vind een fikkie nog steeds heerlijk ruiken.
    Thx

    Short URL:

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0 / 1000 Beperking van tekens
Je tekst moet minder dan 1000 tekens bevatten
Your comments are subject to administrator's moderation.

Copyright © 2015-2017 Martin Rep | Bussum | Contact