karel appelRuim een halve eeuw geleden stond Zaandam zijn kop. Iedereen had een mening over de wel erg moderne kerk, die in het zuidelijk deel van de stad verrees. Tot overmaat van ramp werd het gereformeerd gebed verstoord door hervormde geluidsoverlast. Verhaal over een protestantse broedertwist, waarin Karel Appel en Freek de Jonge een rol spelen.    

kepplerstraatpaaskerkAls de grote klok van de Paaskerk werd geluid, was tot ver in de omtrek hoorbaar dat het God menens was met zijn boodschap voor de wereld. Het machtige bronzen geluid droeg ver.

Veel verder dan dat van de drie klokjes die aan de gevel hingen van onze Zuiderkerk, onder een afdakje dat aan een vogelhuisje deed denken. Maar ach, als je vlak voor de kerk stond, klonk het wel vrolijk.  De klokken van de Zuiderkerk waren niet veel bijzonders, maar ze hoorden nu eenmaal bij onze kerk en we waren er tevreden over.

Tot opeens alles anders werd. Aan de andere kant van de Kepplerstraat, op een terrein waar vliegas en sintels lagen zodat je er nooit lekker kon voetballen zonder roetzwart te worden, begonnen ergens in 1955 graafwerkzaamheden. Korte tijd later verschenen heistellingen.

Mijn beste vriend Rob woonde vlak achter dat terrein. Af en toe stonden we samen te kijken hoe de bouwers vorderden. Palen werden de grond in geslagen. Daarna verdwenen de heiers en verschenen de bouwvakkers.

Wij wisten wel wat hier gebouwd ging worden: een hervormde kerk. Hervormden deugden niet helemaal. Volgens mijn vader waren ze veel te licht in het geloof. Alsof ze God niet helemaal serieus namen.

De kerkeraad van onze gereformeerde kerk maakte zich niet erg druk over de concurrentie. Gereformeerd was gereformeerd en hervormd was hervormd. Een gereformeerde jongen zou niet zo gauw verkering zoeken met een hervormd meisje: twee geloven op één kussen, daar sliep de duivel tussen.

‘Het is net een bioscoop’, schamperde mijn vader


“Het is net een bioscoop”, schamperde mijn vader, toen de kerk gestalte begon te krijgen. Op de Dam in Zaandam stond bioscoop Apollo, met net zo’n brede, vlakke gevel, waarop de exploitant breeduit reclame kon maken voor de film die vertoond werden. Maar mijn broers keken vol bewondering naar het gebouw. “Dit is tenminste iets bijzonders. Hier wordt over vijftig jaar nog over gesproken”, zei Jelte, die een hartstochtelijk liefhebber van kunst was en alleen nog twijfelde tussen zijn roeping als dichter en die als schilder/beeldbouwer. “Terwijl de Zuiderkerk…” Hij maakte zijn zin niet af, maar het was duidelijk dat hij de toekomst van dat gebouw niet zo rooskleurig inzag.

Hoe meer de bouw vorderde, hoe meer de Paaskerk het gesprek van de dag werd in Zaandam. Meestal op ’n laatdunkende toon. De kerk had een dak als een skibaan. Ze leek op een fabriek. Of op een zwembad. Als ik naar Rob liep – achterom, ik ging nóóit voorom, ik liep altijd door het steegje tussen Kepplerstraat en Burgemeester Van der Stadtstraat – kon ik zien hoe er aan de ramen werd gewerkt. Die zagen er heel anders uit dan de ramen met bijbelse taferelen in onze Noorder- en de Zuiderkerk. Het leek wel of er plakplastic op werd gelijmd, hetzelfde plakplastic dat Jelte wel eens kocht bij De Bijenkorf in Amsterdam, waarmee hij kunstzinnige objecten illustreerde.

Op de zes ramen werden de zes dagen van de Schepping afgebeeld, schreef De Typhoon, het Dagblad voor de Zaanstreek, in een van zijn vele publicaties over de kerk. En wat het helemaal bijzonder maakte: de schilderingen waren een schepping van kunstenaar Karel Appel, een Nederlandse schilder die deel uitmaakte van de groep Cobra-kunstenaars. Hij was wereldberoemd, en dat hij op een paar honderd meter afstand van ons huis aan ’t werk was, deed ons voelen of wij deel uitmaakten van een groots geheel. Ik keek nieuwsgierig naar de ramen. De vogels en de vissen waren heel duidelijk, maar andere scheppingsdagen waren moeilijker te herkennen. Ik had geleerd dat God op de eerste dag het licht en het donker schiep, maar daar was Karel Appel niet echt uitgekomen volgens mij.

1licht
2aardezee
3gewassen
4maanzon
5vogelvis
6mens

Toen de steigers om de kerk verdwenen waren en de kerk zo goed als klaar was, deed de kunstenaar nog eens extra van zich horen. De kerkeraad bleek nog een potje van duizend gulden over te hebben. Misschien dankzij het intensieve collecteren van Freek de Jonge, die in zijn boek Zaansch Veem uitgebreid verhaalt over zijn inspanningen als jongetje om op deze manier bij te dragen aan de bekering van heel Zaandam. Hoe dan ook, Karel Appel kreeg de opdracht een bijbeltekst aan te brengen op een van de wanden in de kerkzaal. Helaas bleek Appel, die onsterfelijk werd door zijn kreet ‘ik rotzooi maar wat aan’, als graficus minder getalenteerd dan als kunstschilder. Op de spierwitte muren van de gloednieuwe kerkzaal kalkte hij de tekst ‘De ganse schepping wacht met reikhalzend verlangen op het openbaar worden der zonen Gods’. Freek de Jonge doet het in Zaansch Veem voorkomen alsof hij stiekem getuige was van de schepping van dit nieuwe kunstwerk.

‘Karel Appel liep naar de muur achter de avondmaalstafel. Hij zette de grote bus verf die hij had meegebracht op de grond, wipte het deksel eraf en doopte er een dikke kwast in, die meer van een gewone huisschilderskwast had dan van een fijn penseel. […]

‘Ik dook weg onder de bank. De kunstenaar had mij niet opgemerkt en ik wilde hem op dit belangrijke moment van concentratie niet storen met mijn aanwezigheid. […] Karel Appel ging de bijbeltekst op de muur schilderen en ik zou daar, als enige, bij aanwezig zijn.’

Heel Zaandam stond op zijn kop toen de foto’s van het resulaat in de kranten verschenen. Het was alsof een kind op de wand had staan kladderen. De hervormde kerkeraad kwam in spoedzitting bijeen. Hier mochten de gelovigen niet mee geconfronteerd worden, zo werd vastgesteld. Er werden op de eerstvolgende zondag doeken voor de tekst gehangen, en een paar dagen later werd alles door de stukadoor vakkundig weggewerkt. Zonde van al dat geld, waar zoveel kerkgangers zo lang voor hadden gespaard.

Plechtige momenten van stilte werden verstoord door het klokgebeier van de buren


Daarna was het een tijdje rustig rond de Paaskerk. Wij gereformeerden liepen zondagmorgen om half tien de Zuiderkerk in. De hervormden mochten een halfuur langer uitslapen – dat paste wel bij hun gemakzuchtige geloofsopvatting – en begonnen pas om tien uur aan hun dienst.

De dienst begon zoals altijd volgens de gebruikelijke liturgie. Maar de nieuwe buren bleken wel héél dichtbij te wonen. Terwijl onze dominee voorging in gebed en er plechtige momenten van stilte werden gevraagd, drong ergerlijk geluid naar binnen. En niet zo’n beetje ook. Het bescheiden geklingel van de klokjes van de Zuiderkerk was al een halfuur geleden weggestorven, en nu deed opeens de bronzen klok van de Paaskerk van zich horen. Hoe waagden de hervormden het hun gelovigen op te roepen ter kerke te gaan, terwijl de gereformeerden al midden in de dialoog met God zaten! Het beieren leek niet op te houden, al duurde het in werkelijkheid waarschijnlijk niet meer dan vijf minuten. De dominee kreeg er rode vlekken van in zijn hals.

Een week later was het ’t zelfde liedje, en de week daarna weer. Als de Zuiderkerk haar deuren opende en de honderden gelovigen weer naar buiten stroomden, schudden de broeders en zusters het hoofd over de ergerlijke houding van de hervormden. Geen wonder dat wij in 1834 van de hervormde kerk waren afgescheiden!

De ergernis leidde tot nieuwe debatten in de kerkeraad. In het kerkblad werd irritatie uitgesproken over de geluidsoverlast. Voor De Typhoon was dit een nieuw prachtverhaal, waar heel Zaandam van smulde. De dominee van de Paaskerk, Van Petegem, werd om commentaar gevraagd en vond dat de kerken een beetje moesten geven en nemen, ‘ze staan immers maar een steenworp van elkaar’.

Dit was koren op de molen voor onze dominee Van Rij. In een nieuw artikel in het kerkblad schatte hij de afstand tussen beide kerkgebouwen op toch wel zo’n honderd meter. Vilein concludeerde hij: ‘Het stenen gooien gaat u al te gemakkelijk af.’ Het was een briljante vondst, die tot nieuwe vette koppen in De Typhoon leidde. Genietend citeerde mijn vader in zijn sigarenzaak de uitspraak tegenover wie het maar wilde horen.

Er werd na heel wat gesteggel een compromis gevonden tussen beide kerken. De Paaskerk liet zijn klok voortaan een paar minuten eerder, of later, beieren, zodat de Heer er niet langer door werd gestoord als de gebeden werden opgezonden vanuit de Zuiderkerk.

Pas ruim dertig jaar later werd de vrede tussen de kerken echt getekend


Het heeft meer dan dertig jaar geduurd voor in Nederland de vrede tussen de hervormden en de gereformeerden echt zou worden getekend. Mede gedwongen door de leegloop, gingen de kerken in de jaren negentig van de vorige eeuw een samenwerkingsverband aan, ‘Samen Op Weg’. Tien jaar later fuseerden ze tot de Protestantse Kerk in Nederland.

De Zuiderkerk heeft dat niet meer mogen meemaken. In 1996, nog geen halve eeuw na de oplevering, werd het gebouw buiten gebruik gesteld. Vanaf dat moment ging de gereformeerde Zuiderkerkgemeente ’s zondags naar de Paaskerk. De Zuiderkerk werd een jaar later gesloopt.

Maar ook met de kerk waarvoor Freek de Jonge zo ijverig had gecollecteerd, liep het niet goed af. Het gebouw bestaat nog steeds en heet zelfs nog steeds Paaskerk. Maar de hervormden verkochten het in 2005 aan de Vrije Evangelische Gemeente. Nog steeds laat die op zondag het geluid van de bronzen klok klinken over Zaandam-Zuid.

Mijn broer Jelte heeft gelijk gekregen. Terwijl de Zuiderkerk plaatsmaakte voor een appartementencomplex, heeft de Paaskerk de status verworven van rijksmonument.

 

De door Karel Appel vervaardigde ramen voor de Paaskerk worden momenteel gerestaureerd. Ze behoren tot het vroegste werk van Appel in glasappliqué. Heel anders dan bij glas-in-lood houdt de techniek van glasappliqué in dat gekleurde stukjes glas simpelweg op een vensterglas worden gelijmd. Dit maakt het procedé aanzienlijk sneller dan glas- in-lood, maar kennelijk ook een stuk minder duurzaam. De afgelopen jaren kwam Appels scheppingsverhaal stukje voor stukje naar beneden zetten doordat de lijm losliet. Voor het behoud van de ramen heeft onder meer cabaretier Freek de Jonge zich sterk gemaakt.  

  • klaas oosterom

    Een prachtig verhaal, Martin. Ik hoop dat het overgenomen wordt. Wellicht iets voor Onderweg. De Verlosserkerk in Bussum heeft ook een modern raam. Met de toelichting erbij is het nog niet erg duidelijk wat de kunstenaar uitgebeeld heeft. Het kunstwerk zou er gekomen zijn snel na de ingebruikname, omdat het zo licht in de kerkzaal was.
    Groet,
    Klaas

    Short URL:
  • Ria Rep

    Die goede oude tijd.;) Goed geschreven!

    Short URL:
  • derk peeters

    Mij staat bij dat alleen de Telegraaf foto's mocht maken van de tekst door Karel Appel geschreven. De tijd wiste ook de zekerheid dat het woord 'zonen' oorspronkelijk 'schepping' was. Het was een bijzondere tijd.

    Short URL:
  • Nico Smit

    Mooi verhaal, dat ik in grote lijnen wel kende, maar ja, ik was (en ben) een Roomse Zaandammer, nu woonachtig in Hilversum. Die Roomsen deugden natuurlijk helemaal niet. Dat is gelukkig veranderd. Mooi dat die ramen nu worden gerestaureerd.

    Short URL:
  • Frieda Kok

    wij wonen al bijna 45 jaar in de schaduw van de klok, ik hoop dat de ramen weer eens terug komen! Bedankt voor de info, leuk om te lezen!

    Short URL:
  • jick groot-zuidema

    mijn man was daar koster, hij had het overgenomen van meneer henk mulder,tot de paaskerk in andere handen over genomen werd heeft hij dit gedaan, daarna is mijn man koster geworden in de bullekerk dat heeft hij gedaan tot mijn man in 2012 overleed, hij heeft dit altyd met plezier gedaan, maar de paaskerk was toch zijn kerk

    Short URL:
  • Geert

    De kleinburgerlijkheid en verzuiling is op z'n Reppiaans uitstekend verwoord. Ik heb gesmuld van de ondertoon en bijzinnen.

    Saludos, Geert

    Short URL:

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0 / 1000 Beperking van tekens
Je tekst moet minder dan 1000 tekens bevatten
Your comments are subject to administrator's moderation.

Copyright © 2015-2017 Martin Rep | Bussum | Contact